Studio JIJWEET in De Standaard

Het zonlicht dat doorschemert in de kapel van vzw Binnenstad, een organisatie voor jeugdhulp in Brugge, richt de spotlights op Joni (18) en Fee* (16). Spotlights waar de twee graag in gaan staan. Tijdens de proefopname – vanaf vandaag is het voor echt – vertelden ze aan de radiopresentator honderduit over hun passies. Voor Joni blijkt dat skaten te zijn. Voor Fee toch vooral haar lief met wie ze nu vier maanden samen is. ‘Ik heb hem nog niet verteld dat ik in een jeugdvoorziening woon’, zegt Fee ons na de testopname. ‘Ik wil gewoon zijn zoals alle andere jongeren.’

Laat dat net zijn wat Studio jij weet wil tonen. Vanaf vandaag gaat de onlineradioshow vijf woensdagen na elkaar langs bij vijf jeugdvoorzieningen in heel Vlaanderen. Eerste stop: jeugdvoorziening Binnenstad in Brugge. ‘Met de radioreeks willen we een inkijk geven in het leven van de jongeren uit de jeugdhulp’, zegt Niels Heselmans, woordvoerder van Jeugdhulp-Opgroeien. ‘Het zal gaan over hoe een dag in de leefgroep eruitziet, maar ook over alledaagse dingen, zoals skaten en liefjes dus.’

Vrij in en uit

Binnenstad is een open jeugdvoorziening. De jongeren mogen er, met goede afspraken, vrij binnen- en buitenwandelen. ‘Mensen hebben nog te vaak vooroordelen en denken dat al onze jongeren iets mispeuterd hebben’, zegt begeleider Sofie Schoonbaert. ‘De jongeren komen hier terecht vanwege een moeilijke thuissituatie. Ofwel spreken we over vrijwillige hulpverlening, ofwel worden ze naar hier doorverwezen door de jeugdrechter.’

‘Om de zoveel tijd krijg je nieuwe begeleiders. Dat is altijd aanpassen. Het is alsof je om de zoveel maanden een nieuwe mama krijgt’Joni

Volgens Schoonbaert bestaan er nog veel misvattingen over de jeugdhulp. ‘Dat komt doordat de jongeren grotendeels worden afgeschermd van de buitenwereld. Het is goed dat jongeren in een kwetsbare situatie bescherming genieten, maar als je een hoge muur optrekt, ontstaan er al snel indianenverhalen. We willen graag open zijn, maar de privacyregels laten dit niet altijd toe. Met de radio-uitzending laten we de buitenwereld voor een keer wel over het muurtje kijken.’

‘Die stempel van “instelling” voel je nog heel hard’, zegt Joni, die om privacyredenen liever niet met zijn familienaam in de krant komt. ‘Ik was niet de braafste leerling op school. Als ik het dan al eens uithang, verwijst een leerkracht soms naar het feit dat ik in een jeugdvoorziening zit. Hij wijt mijn houding dan puur aan mijn leefsituatie. Het geeft me het gevoel dat ik iets fouts heb gedaan, terwijl ik er toch niet aan kan doen dat ik uit een kwetsbaar gezin kom?’

Sinds de kleuterklas

Sinds twee weken staat Joni op eigen benen. Via het traject ‘begeleid zelfstandig wonen’ huurt hij een studio in de buurt. ‘Ik woon al sinds de kleuterklas in een jeugdvoorziening. Ik ben blij dat ik eindelijk het heft in eigen handen kan nemen. Mijn bed in Binnenstad blijft nog even beschikbaar. Mocht het alleen wonen toch niet lukken, dan heb ik nog altijd een vangnet in de voorziening. Dan kan ik hier nog eens een nachtje doorbrengen. Toch wil ik nu volop leven, en niet langer geleefd worden. Hoe hard de begeleiders ook hun best doen, het is moeilijk om in een leefgroep een huiselijke sfeer te creëren. Om de zoveel tijd krijg je nieuwe begeleiders. Dat is altijd aanpassen. Het is alsof je om de zoveel maanden een nieuwe mama krijgt.’

Fee zit er wat zwijgzaam bij. ‘Ik vind het hier wel oké’, zegt ze met weinig woorden. ‘Ik doe niet moeilijk over de regels die we moeten volgen. De was doen, koken, eerst een boterham met beleg en dan pas een boterham met choco … ik vind dat allemaal niet erg om te doen.’ Ze verblijft sinds haar elfde in de jeugdvoorziening. ‘Naarmate ik ouder word, krijg ik meer vrijheid om mijn uren zelf in te vullen. Ik mag al eens vaker op mijn kamer zitten. Ik ben graag alleen.’

Het leven in de leefgroep gaat haar wel af. ‘Met de groep gaan we eens op kamp, volgen we een workshop Afrikaanse kunst maken of doen we activiteiten zoals paintball. Dat zou ik met mijn familie waarschijnlijk nooit doen. Ik klaag dus niet. Tijdens de eerste lockdown was het wel even moeilijk. De open voorziening werd toen gesloten. Niemand mocht binnen of buiten. De leefgroepen mogen ook nog altijd niet gemengd worden. Ik hoop dat de coronacrisis snel voorbij is, zodat we weer normaal kunnen leven.’

‘Vaak gevloekt’

Beide jongeren hebben zo hun eigen in­vulling van wat ‘normaal’ is. ‘Mijn klasgenoten weten wel dat ik in een jeugdvoorziening woon, maar ik praat er nooit over’, zegt Fee. ‘Als ik het onderwerp zo veel mogelijk uit de weg ga, zullen ze zien dat ik gewoon een ­“normale” tiener ben, net zoals alle andere leeftijdsgenoten.’

Joni ziet dat anders. ‘Ik hoef er niet constant over te praten. Mijn leven is meer dan Binnenstad, al ben ik hier van jongs af aan en heeft het mijn leven tot nog toe grotendeels bepaald. Maar ik wil het ook niet langer verbergen. Ik hoef me niet te schamen. Ik heb vaak gevloekt binnen deze muren en ben blij dat ik nu stilaan mijn vleugels kan uitslaan. Toch vind ik het fijn dat de deur nog altijd openstaat, al is het maar op een kiertje. Uiteindelijk ben ik de persoon geworden die ik vandaag ben – niet ondanks, maar dankzij – het leven in de jeugdvoorziening.’


Previous
Previous

Ik ben hier mezelf mogen worden

Next
Next

Moment Millionaire is het Studio JIJWEET - huisorkest